Hill 60 Memorial
Klik op de Belgische vlag voor de Nederlandse tekst en de kaarten. Tik op een kaart om deze te vergroten.
Touchez le drapeau français pour lire le texte en français et consulter les cartes. Touchez une carte pour l’agrandir.
Tippen Sie auf die deutsche Flagge, um den deutschen Text und die Karten zu sehen. Tippen Sie auf eine Karte, um sie zu vergrößern.
Learn about the 15th Battalion Canadian Expeditionary Force Memorial Project. (English web site.)
De Canadezen bij Hill 60
In de nacht van 3 op 4 april 1916 nam het Canadese Korps de sector over die liep van nabij St. Eloi tot Hooge aan de Menenweg. De 1e Canadese Divisie nam het gebied vóór Hill 60 over: een toen al beruchte kunstmatige heuvel, ontstaan uit de uitgegraven grond van de spoorweginsnijding vlak voor u.
Aan de andere kant van de spoorlijn lag een tweede heuvel van uitgegraven grond, bekend als ‘The Caterpillar’. Daar vindt u nog een grote krater van de mijnontploffingen op 7 juni 1917.
Zoals ook vandaag nog te zien is, bood Hill 60 de Duitsers een uitstekend uitzicht in de richting van Ieper.
Toelichting bij de kaart
De oorspronkelijke plaatsnamen zijn behouden, zodat u ze op andere kaarten en ter plaatse kunt herkennen.
- British Front / German Front: Britse frontlijn / Duitse frontlijn.
- You are here: u bevindt zich hier.
- Lt Col Marshall killed here: hier sneuvelde luitenant-kolonel Marshall.
- Larch Wood Railway Cutting: de spoorweginsnijding bij Larch Wood.
- Battle of Mount Sorrel: de Slag bij Mount Sorrel, 2–13 juni 1916; Duits offensief en Canadese tegenaanvallen.
De Canadese tunnelgravers
Op 17 april 1915 lieten de Britten grote mijnen ontploffen en vielen zij Hill 60 aan. De verovering leverde hun echter weinig op en kort daarna gaven zij de heuvel weer prijs.
Een van degenen die aan de aanleg van de mijnen meewerkten, was kapitein Frank Perry van het 15e Canadese Infanteriebataljon (48th Highlanders). Vóór zijn indiensttreding was hij mijnbouwingenieur. Op 3 april 1916 arriveerde zijn voormalige bataljon met de 1e Canadese Divisie. Tijdens hun verblijf van vijf maanden zouden zij acht dienstperiodes in deze sector vervullen.
Twee weken later loste de 3rd Canadian Tunnelling Company de 175 Company Royal Engineers in dit gebied af. De mijnenoorlog was nog lang niet voorbij. Als onderdeel van een strategisch plan om de Duitsers over de volledige lengte van de heuvelrug te verdrijven, waren twee doelen aangewezen: Hill 60 en The Caterpillar.
Vanuit de Berlin Tunnel begonnen de Canadezen aan de zware taak om hun tunnels diep onder de spoorweginsnijding door te graven. Vervolgens vertakten de tunnels zich naar links en rechts, in de richting van de aangewezen doelen.
Dit alles was onmogelijk zonder de voortdurende hulp van Canadese infanteristen, die als werkkrachten werden ingezet om de zakken klei af te voeren. Er mocht niets in de buurt achterblijven: Duitse geniesoldaten zouden de uitgegraven grond kunnen opmerken en daaruit snel kunnen afleiden hoe diep de Canadezen groeven.
De meeste soldaten verrichtten ondersteunend graaf- en sjouwwerk, maar enkelen werden zelf tunnelgraver. Tientallen Highlanders van het 15e Bataljon zouden dienen bij zowel Canadese als Australische tunnelcompagnieën; bij de laatstgenoemde eenheden aan het front bij Lens in 1917.
Toelichting bij de kaart
- Water filled crater: met water gevulde krater.
- Trench 38 (May 1916): loopgraaf 38 in mei 1916.
- Berlin Tunnel / Berlin Shaft: de Berlin-tunnel / de Berlin-schacht.
- Subway: ondergrondse doorgang.
- 7 June 1917 mines detonated from here: vanaf dit punt werden de mijnen op 7 juni 1917 tot ontploffing gebracht.
- Lt Col Marshall † 19 05 1916: luitenant-kolonel Marshall, gesneuveld op 19 mei 1916.
Lovers Lane – Marshall’s Walk
Boven de Berlin Tunnel liep een loopgraaf die bekendstond als Lovers Lane. Toen luitenant-kolonel William Marshall op 19 mei 1916 via deze route naar loopgraaf 38 ging, verloor het 15e Bataljon zijn commandant. Op latere kaarten is te zien dat Lovers Lane ter ere van hem werd hernoemd.
Op 2 juni 1916 vielen de Duitsers Mount Sorrel en Observatory Ridge aan, waardoor de Canadese linie ernstig werd ontregeld. Het 15e Bataljon werd met spoed naar Observatory Ridge gestuurd als onderdeel van een haastig georganiseerde tegenaanval. Verdere tegenaanvallen van het Korps stabiliseerden de situatie, waarna de infanterie terugkeerde naar de eindeloze afwisseling van frontdienst en aflossing.
Toen de Canadese infanterie midden in de zomer naar het zuiden, naar de Somme, werd overgebracht, bleven de tunnelgravers achter om hun werk af te maken. In november 1916 werden zij afgelost door de 1st Australian Tunnelling Company, die de bewaking van het Canadese werk overnam: de twee grote mijnen.
Op 7 juni 1917 brachten de Australiërs de twee mijnen tot ontploffing. De sporen daarvan zijn vandaag nog zichtbaar.
Luitenant-kolonel William Renwick Marshall, DSO, VD
Commandant van het 15e Bataljon CEF, april 1915–mei 1916
William Marshall werd op 20 maart 1875 geboren in Hamilton, Ontario, Canada. Als enthousiast lid van de Canadese militie diende hij eenentwintig jaar, waaronder twee jaar in Zuid-Afrika tijdens de Boerenoorlog. Toen in augustus 1914 de oorlog werd verklaard, sloot hij zich als majoor en plaatsvervangend commandant aan bij het 15e Bataljon (48th Highlanders).
Het bataljon leed zeer zware verliezen tijdens de Tweede Slag bij Ieper, van 22 tot 26 april 1915. Het bevond zich toen op het meest vooruitgeschoven punt van de Canadese stelling, nabij Sint-Juliaan. Voor zijn optreden en moed ontving majoor Marshall de Distinguished Service Order.
Hij werd benoemd tot bataljonscommandant en leidde het 15e Bataljon tijdens de hevige gevechten bij Festubert in Frankrijk in mei 1915 en hier bij Hill 60, waar hij op 19 mei 1916 sneuvelde.
Marshall had een indrukwekkende uitstraling en genoot groot aanzien in het gehele Canadese Korps. Hij werd met volledige militaire eer begraven op Lijssenthoek Military Cemetery in Poperinge, graf V A 39.
De volledige herdenkingspagina bevat meer geschiedenis, kaarten en foto’s. De pagina is alleen in het Engels.
Les Canadiens à Hill 60
Dans la nuit du 3 au 4 avril 1916, le Corps canadien prit en charge le secteur allant des environs de Saint-Éloi jusqu’à Hooge, sur la route de Menin. La 1re Division canadienne occupa le terrain devant Hill 60 : une colline artificielle déjà tristement célèbre, constituée des déblais provenant du creusement de la tranchée ferroviaire située juste devant vous.
De l’autre côté de la voie ferrée se trouvait un second monticule de déblais, appelé « The Caterpillar ». On y trouve un autre grand cratère laissé par les explosions de mines du 7 juin 1917.
Comme on peut encore le constater aujourd’hui, Hill 60 offrait aux Allemands une vue dominante en direction d’Ypres (Ieper).
Explications de la carte
Les noms de lieux d’origine sont conservés pour vous permettre de les reconnaître sur d’autres cartes et sur place.
- British Front / German Front : ligne de front britannique / ligne de front allemande.
- You are here : vous êtes ici.
- Lt Col Marshall killed here : lieu où le lieutenant-colonel Marshall fut tué.
- Larch Wood Railway Cutting : la tranchée ferroviaire de Larch Wood.
- Battle of Mount Sorrel : bataille du mont Sorrel, du 2 au 13 juin 1916; offensive allemande et contre-attaques canadiennes.
Les sapeurs-mineurs canadiens
Le 17 avril 1915, les Britanniques firent exploser de puissantes mines et attaquèrent Hill 60. Sa prise se révéla toutefois sans résultat durable pour eux, et ils l’abandonnèrent peu après.
Parmi ceux qui participèrent à la préparation des mines figurait le capitaine Frank Perry, du 15e Bataillon d’infanterie canadien (48th Highlanders), qui était ingénieur des mines avant de s’enrôler. Le 3 avril 1916, son ancien bataillon arriva avec la 1re Division canadienne. Au cours de son séjour de cinq mois, il allait effectuer huit périodes de service dans ce secteur.
Deux semaines plus tard, la 3e Compagnie canadienne de sapeurs-mineurs releva la 175e Compagnie des Royal Engineers dans le secteur. La guerre des mines était loin d’être terminée. Deux objectifs avaient été désignés dans le cadre d’un plan stratégique visant à chasser les Allemands de toute la longueur de la crête : Hill 60 et The Caterpillar.
À partir du Berlin Tunnel, les Canadiens entreprirent la tâche ardue de creuser leurs galeries profondément sous la tranchée ferroviaire, avant de les faire bifurquer à gauche et à droite vers les objectifs désignés.
Rien de tout cela n’aurait été possible sans l’aide constante des fantassins canadiens, affectés au transport des sacs d’argile. Aucun déblai ne pouvait être laissé à proximité, de crainte que les sapeurs allemands ne le repèrent et ne comprennent rapidement à quelle profondeur les Canadiens creusaient.
La plupart des soldats effectuèrent des travaux de soutien pour les sapeurs-mineurs, mais quelques-uns devinrent eux-mêmes mineurs. Des dizaines de Highlanders du 15e Bataillon allaient servir dans des compagnies de sapeurs-mineurs canadiennes et australiennes, ces dernières sur le front de Lens en 1917.
Explications de la carte
- Water filled crater : cratère rempli d’eau.
- Trench 38 (May 1916) : tranchée 38 en mai 1916.
- Berlin Tunnel / Berlin Shaft : tunnel Berlin / puits Berlin.
- Subway : passage souterrain.
- 7 June 1917 mines detonated from here : les mines du 7 juin 1917 furent mises à feu depuis cet endroit.
- Lt Col Marshall † 19 05 1916 : lieutenant-colonel Marshall, tué au combat le 19 mai 1916.
Lovers Lane – Marshall’s Walk
Au-dessus du Berlin Tunnel passait une tranchée appelée Lovers Lane. C’est en se rendant à la tranchée 38, le 19 mai 1916, que le lieutenant-colonel William Marshall, commandant du 15e Bataillon, fut tué. Des cartes ultérieures montrent que Lovers Lane fut ensuite renommée en son honneur.
Le 2 juin 1916, les Allemands lancèrent une attaque contre le mont Sorrel et Observatory Ridge, désorganisant gravement la ligne canadienne. Le 15e Bataillon fut envoyé en toute hâte vers Observatory Ridge pour participer à une contre-attaque organisée à la hâte. D’autres contre-attaques du Corps stabilisèrent la situation, et l’infanterie reprit bientôt son interminable cycle de service au front et de relèves.
Au milieu de l’été, lorsque l’infanterie canadienne fut transférée vers le sud, dans la Somme, les sapeurs-mineurs restèrent sur place pour terminer leur travail. En novembre 1916, ils furent relevés par la 1re Compagnie australienne de sapeurs-mineurs, qui prit en charge la protection de l’ouvrage canadien : les deux grandes mines.
Le 7 juin 1917, les Australiens firent exploser les deux mines, dont les traces sont encore visibles aujourd’hui.
Lieutenant-colonel William Renwick Marshall, DSO, VD
Commandant du 15e Bataillon du Corps expéditionnaire canadien, avril 1915–mai 1916
William Marshall naquit le 20 mars 1875 à Hamilton, en Ontario, au Canada. Membre enthousiaste de la milice canadienne, il servit pendant vingt et un ans, dont deux en Afrique du Sud durant la guerre des Boers. Lorsque la guerre fut déclarée en août 1914, il se joignit au 15e Bataillon (48th Highlanders) avec le grade de major et les fonctions de commandant en second.
Le bataillon subit de très lourdes pertes lors de la deuxième bataille d’Ypres, du 22 au 26 avril 1915, alors qu’il occupait le point le plus avancé de la position canadienne, près de Saint-Julien. Pour sa conduite et sa bravoure, le major Marshall reçut la Distinguished Service Order.
Il fut nommé commandant du bataillon et dirigea le 15e Bataillon dans les violents combats de Festubert, en France, en mai 1915, puis ici, à Hill 60, où il fut tué au combat le 19 mai 1916.
Marshall avait une forte présence et était très respecté dans l’ensemble du Corps canadien. Il fut enterré avec tous les honneurs militaires au cimetière militaire de Lijssenthoek, à Poperinge, tombe V A 39.
La page complète du mémorial contient davantage d’informations historiques, des cartes et des photos. Elle est uniquement en anglais.
Die Kanadier bei Hill 60
In der Nacht vom 3. auf den 4. April 1916 übernahm das Kanadische Korps den Frontabschnitt von der Umgebung von St. Eloi bis Hooge an der Straße nach Menen (Menin). Die 1. Kanadische Division übernahm das Gelände vor Hill 60: einem bereits berüchtigten künstlichen Hügel, der aus dem Aushub des unmittelbar vor Ihnen liegenden Eisenbahneinschnitts entstanden war.
Auf der anderen Seite der Bahnlinie lag eine zweite Abraumhalde namens „The Caterpillar“. Dort befindet sich ein weiterer großer Krater, der durch die Minensprengungen vom 7. Juni 1917 entstand.
Wie noch heute zu erkennen ist, bot Hill 60 den Deutschen einen beherrschenden Ausblick in Richtung Ypern (Ieper).
Erläuterungen zur Karte
Die ursprünglichen Ortsnamen wurden beibehalten, damit Sie sie auf anderen Karten und vor Ort wiedererkennen können.
- British Front / German Front: britische Frontlinie / deutsche Frontlinie.
- You are here: Sie befinden sich hier.
- Lt Col Marshall killed here: hier fiel Oberstleutnant Marshall.
- Larch Wood Railway Cutting: der Eisenbahneinschnitt bei Larch Wood.
- Battle of Mount Sorrel: Schlacht am Mount Sorrel, 2.–13. Juni 1916; deutsche Offensive und kanadische Gegenangriffe.
Die kanadischen Minenpioniere
Am 17. April 1915 sprengten die Briten große Minen und griffen Hill 60 an. Die Einnahme brachte ihnen jedoch keinen dauerhaften Erfolg, und kurz darauf gaben sie den Hügel wieder auf.
An der Anlage der Minen war unter anderem Hauptmann Frank Perry vom 15. Kanadischen Infanteriebataillon (48th Highlanders) beteiligt. Vor seinem Eintritt in die Armee war er Bergbauingenieur gewesen. Am 3. April 1916 traf sein früheres Bataillon mit der 1. Kanadischen Division ein. Während seines fünfmonatigen Aufenthalts sollte es acht Dienstperioden in diesem Frontabschnitt absolvieren.
Zwei Wochen später löste die 3. kanadische Tunnelkompanie die 175. Kompanie der Royal Engineers in diesem Gebiet ab. Der Minenkrieg war noch lange nicht vorbei. Im Rahmen eines strategischen Plans, die Deutschen vom gesamten Höhenzug zu verdrängen, waren zwei Ziele festgelegt worden: Hill 60 und The Caterpillar.
Vom Berlin Tunnel aus begannen die Kanadier mit der mühsamen Arbeit, ihre Stollen tief unter dem Eisenbahneinschnitt hindurchzutreiben. Anschließend verzweigten sich die Stollen nach links und rechts zu den vorgesehenen Zielen.
Ohne die ständige Hilfe kanadischer Infanteristen, die zum Abtransport der mit Lehm gefüllten Säcke eingesetzt wurden, wäre all dies unmöglich gewesen. In der Nähe durfte kein Aushub zurückbleiben. Deutsche Pioniere hätten ihn entdecken und daraus schnell erkennen können, wie tief die Kanadier gruben.
Die meisten Soldaten leisteten Hilfsarbeiten für die Minenpioniere, doch einige wurden selbst Tunnelbauer. Dutzende Highlanders des 15. Bataillons sollten sowohl in kanadischen als auch in australischen Tunnelkompanien dienen, in letzteren 1917 an der Front bei Lens.
Erläuterungen zur Karte
- Water filled crater: mit Wasser gefüllter Krater.
- Trench 38 (May 1916): Graben 38 im Mai 1916.
- Berlin Tunnel / Berlin Shaft: Berlin-Tunnel / Berlin-Schacht.
- Subway: unterirdischer Durchgang.
- 7 June 1917 mines detonated from here: von diesem Punkt aus wurden die Minen am 7. Juni 1917 gezündet.
- Lt Col Marshall † 19 05 1916: Oberstleutnant Marshall, gefallen am 19. Mai 1916.
Lovers Lane – Marshall’s Walk
Über dem Berlin Tunnel verlief ein Schützengraben namens Lovers Lane. Als Oberstleutnant William Marshall am 19. Mai 1916 auf diesem Weg zum Graben 38 vorging, verlor das 15. Bataillon seinen Kommandeur. Spätere Karten zeigen, dass Lovers Lane ihm zu Ehren umbenannt wurde.
Am 2. Juni 1916 griffen die Deutschen Mount Sorrel und Observatory Ridge an und brachten die kanadische Frontlinie erheblich durcheinander. Das 15. Bataillon wurde im Rahmen eines hastig organisierten Gegenangriffs eilig nach Observatory Ridge verlegt. Weitere Gegenangriffe des Korps stabilisierten die Lage. Bald kehrte die Infanterie wieder zum endlosen Wechsel von Frontdienst und Ablösung zurück.
Als die kanadische Infanterie im Hochsommer nach Süden an die Somme verlegt wurde, blieben die Minenpioniere zurück, um ihre Arbeit zu vollenden. Im November 1916 wurden sie von der 1. australischen Tunnelkompanie abgelöst. Diese übernahm die Sicherung des kanadischen Werks: der beiden großen Minen.
Am 7. Juni 1917 sprengten die Australier die beiden Minen, deren Spuren noch heute sichtbar sind.
Oberstleutnant William Renwick Marshall, DSO, VD
Kommandeur des 15. Bataillons des Kanadischen Expeditionskorps, April 1915–Mai 1916
William Marshall wurde am 20. März 1875 in Hamilton, Ontario, Kanada, geboren. Als begeistertes Mitglied der kanadischen Miliz diente er einundzwanzig Jahre, darunter zwei Jahre in Südafrika während des Burenkriegs. Nach der Kriegserklärung im August 1914 trat er dem 15. Bataillon (48th Highlanders) als Major und stellvertretender Kommandeur bei.
Das Bataillon erlitt während der Zweiten Flandernschlacht vom 22. bis 26. April 1915 sehr schwere Verluste. Es befand sich damals am weitesten vorgeschobenen Punkt der kanadischen Stellung nahe Sint Juliaan. Für seinen Einsatz und seine Tapferkeit wurde Major Marshall mit dem Distinguished Service Order ausgezeichnet.
Er wurde zum Bataillonskommandeur ernannt und führte das 15. Bataillon in den heftigen Kämpfen bei Festubert in Frankreich im Mai 1915 sowie hier bei Hill 60, wo er am 19. Mai 1916 fiel.
Marshall besaß eine eindrucksvolle Ausstrahlung und genoss im gesamten Kanadischen Korps hohes Ansehen. Er wurde mit allen militärischen Ehren auf dem Lijssenthoek Military Cemetery in Poperinge beigesetzt, Grab V A 39.
Die vollständige Gedenkseite enthält weitere Informationen zur Geschichte sowie Karten und Fotos. Die Seite ist nur auf Englisch verfügbar.





























