X

Thiepval Ridge QR code page

België

Klik op de vlag om de vertaling van het paneel te zien. Klik op de knop om de site van het 15th Battalion Memorial Project te bezoeken. (Alleen Engels)

France

Cliquez sur le drapeau à gauche pour en savoir plus sur ce mémorial et voir des cartes et des photos. (Site en anglais.)

Deutschland

Klicken Sie auf die Flagge, um die Übersetzung des Panels anzuzeigen. Klicken Sie auf die Schaltfläche, um die Website des 15th Battalion Memorial Project zu besuchen. (Nur Englisch)

Canada
English

Click the flag to learn more about this memorial.

Learn about the 15th Battalion Canadian Expeditionary Force Memorial Project. (English web site.)

DIE SCHLACHT AM THIEPVAL-KAMM

„Regina-Graben“

  1. Bataillon (48th Highlanders of Canada) • 3. Brigade, 1. Division, Kanadisches Expeditionskorps

Hintergrund

Die Schlachtehre Thiepval-Kamm wurde für Operationen des 15. Bataillons vom 26. bis 28. September 1916 verliehen. Diese Schlacht war Teil der Somme-Offensive, die am 1. Juli begonnen hatte. Nach der Einnahme des Pozieres-Kamms Ende August durch das ANZAC-Korps wurde das Kanadische Korps an die Front verlegt. Die 1. Kanadische Division hielt den Kamm Anfang September. Der Vormarsch nach Osten setzte sich Mitte des Monats fort, als die 2. Kanadische Division das Dorf Courcelette einnahm. Das nächste dem Kanadischen Korps zugewiesene Ziel war die Einnahme des gesamten noch in Feindeshand befindlichen Hochgeländes, das sich über eine Front von etwa 3.000 Yards nördlich und östlich von Thiepval in Richtung Courcelette erstreckte.

Vorbereitungen

Nach dem Frontlinieneinsatz auf dem Pozieres-Kamm zu Beginn des September, wo sie die Schlachtehre Pozieres errangen, verbrachte das 15. Bataillon drei Wochen mit Erholung, der Aufnahme neuer Verstärkungen und Ausbildung. Am 24. September um 16:30 Uhr rückte das Regiment ostwärts an die Front vor und löste das 14. Bataillon in Unterstützungsgräben 500 Yards östlich von Pozieres ab. Am 25. September um 19:00 Uhr bezog das Regiment die vorderste Linie — Gräben in nördlicher Richtung, unmittelbar westlich des kürzlich eingenommenen Dorfes Courcelette. Zur Vorbereitung des für den 26. September geplanten Angriffs wurden über drei Tage hinweg mehr als hunderttausend Granaten, darunter Gasgranaten, auf den Kamm abgefeuert. Auf dem rechten Flügel der britischen Linie griff das Kanadische Korps mit der 6. Brigade der 2. Kanadischen Division auf der linken und der 3. Brigade, 1. Kanadischen Division auf der rechten Seite an. Das 14. Bataillon (Royal Montreal Regiment) und das 15. Bataillon (48th Highlanders of Canada) bildeten die Angriffstruppen.

Der Angriff: 26. September 1916

Der Angriff begann um 12:30 Uhr mit den Kompanien 1, 2 und 3 in vorderster Linie sowie der 4. Kompanie als Reserve. Das Bataillonshauptquartier wurde in dem versunkenen Weg nahe dem heutigen Friedhof eingerichtet. Das anfängliche Ziel des 15. Bataillons war die Überquerung des Fabeck-Grabens — eines alten deutschen Schützengrabens unmittelbar vor ihrer Stellung, der als leer gemeldet worden war — und anschließend die Einnahme der deutschen Frontlinie. Sekundärziele waren die Einnahme weiterer Stellungen bis hin zum schwer befestigten Regina-Graben. Kaum hatten die Kompanien 1 und 2 die vorderste Linie verlassen, gerieten sie unter heftiges Feuer aus dem Fabeck-Graben, der in der Nacht besetzt worden war. Das Regiment erlitt zahlreiche Verluste, bevor diese Stellung gesäubert werden konnte. Am Nachmittag hatte das 15. Bataillon sein erstes Ziel erreicht und folgte, mit dem Regina-Graben in Sichtweite, einem rollenden Artilleriesperrfeuer in Richtung des Ziels. Dennoch war es nicht möglich, die Stellung zu stürmen; stattdessen richteten die Soldaten eine Reihe vorgeschobener Stützpunkte gegenüber dem Graben ein und bildeten so eine neue Linie. Die Highlanders hielten ihre improvisierte neue Front, bis sie in den frühen Morgenstunden des Donnerstags, des 28. September, durch das 27. Bataillon C.E.F. abgelöst wurden.

Nachwirkungen

Der Regina-Graben, so nah an der neuen Frontlinie, wurde erst im Oktober während der Schlacht von Ancre Heights eingenommen.

Verluste

Der Angriff vom 26. September 1916 verursachte die zweithöchste Verlustzahl in der Geschichte des Regiments. Das 15. Bataillon verlor zwei Offiziere sowie einhundertfünfzehn Unteroffiziere und Mannschaften durch den Tod. Weitere zehn Offiziere und zweihundertdreizehn Mannschaften wurden verwundet, ein Soldat durch Gas außer Gefecht gesetzt und zwei in Gefangenschaft genommen.

 

DE SLAG BIJ THIEPVAL RIDGE

‘Regina Trench’

15e Bataljon (48th Highlanders of Canada)  •  3e Brigade, 1e Divisie, Canadees Expeditiekorps

Achtergrond

De gevechtseer Thiepval Ridge werd toegekend voor operaties uitgevoerd door het 15e Bataljon, van 26 tot 28 september 1916. Dit gevecht maakte deel uit van het Somme-offensief dat op 1 juli was begonnen. Na de verovering van Pozieres Ridge eind augustus door het ANZAC-korps werd het Canadese Korps naar het front overgeplaatst. De 1e Canadese Divisie hield de heuvelrug in het begin van september. Het opmars naar het oosten werd halverwege de maand voortgezet toen de 2e Canadese Divisie het dorp Courcelette innam. De volgende taak die aan het Canadese Korps werd opgedragen, was de inname van al het hoog gelegen terrein dat nog in vijandelijke handen was en dat zich over een frontbreedte van ongeveer 3.000 yards noordelijk en oostelijk van Thiepval in de richting van Courcelette uitstrekte.

Voorbereidingen

Na frontlijndienst op Pozieres Ridge aan het begin van september, waar zij de gevechtseer Pozieres behaalden, bracht het 15e Bataljon drie weken door met rusten, het opnemen van nieuwe versterkingen en training. Op 24 september om 16:30 uur verplaatste de eenheid zich oostwaarts naar het front ter vervanging van het 14e Bataljon in steunloopgraven 500 yards ten oosten van Pozieres. Op 25 september om 19:00 uur trok de eenheid de voorste linie in — loopgraven met een noordelijke richting, direct ten westen van het onlangs veroverde dorp Courcelette. Ter voorbereiding van de aanval die voor 26 september gepland stond, werd gedurende drie dagen een intensief artilleriebombardement uitgevoerd waarbij meer dan honderdduizend granaten, waaronder gifgasprojectielen, op de heuvelrug werden afgevuurd. Op de rechterflank van de Britse linie viel het Canadese Korps aan met de 6e Brigade van de 2e Canadese Divisie aan de linkerkant en de 3e Brigade, 1e Canadese Divisie aan de rechterkant. Het 14e Bataljon (Royal Montreal Regiment) en het 15e Bataljon (48th Highlanders of Canada) waren de aanvalseenheden.

De Aanval: 26 september 1916

De aanval begon om 12:30 uur met de Nummers 1, 2 en 3 Compagnieën aan de voorzijde en de 4e Compagnie als reserve. Het Bataljonshoofdkwartier werd gevestigd in de verzonken weg nabij het huidige kerkhof. Het aanvankelijke doel van het 15e Bataljon was het oversteken van de Fabeck Graben — een oude Duitse loopgraaf direct voor hun stellingen die als leeg was gerapporteerd — en vervolgens de inname van de Duitse frontlinie. Secundaire doelstellingen waren de verovering van eventuele andere stellingen tot en met de formidabele Regina Trench. Nauwelijks hadden de Compagnieën 1 en 2 de frontlinie verlaten of zij kwamen onder hevig vuur te liggen vanuit de Fabeck Graben, die ‘s nachts was bezet. De eenheid leed talrijke verliezen voordat deze stelling werd geneutraliseerd. In de namiddag had het 15e Bataljon zijn eerste doelstelling bereikt en, met de Regina Trench in zicht, volgde het bataljon een kruipend artillerievuur richting het doelwit. De eenheid was echter niet in staat de stelling te bestormen; in plaats daarvan legden zij een reeks vooruitgeschoven steunpunten aan tegenover de loopgraaf en vormden zo een nieuwe linie. De Highlanders hielden hun geïmproviseerde nieuwe frontlinie vast totdat zij in de vroege uren van donderdag 28 september werden afgelost door het 27e Bataljon C.E.F.

Nasleep

De Regina Trench, zo dicht bij de nieuwe frontlinie, werd pas later in oktober veroverd tijdens de Slag om Ancre Heights.

Verliezen

De aanval op 26 september 1916 leverde de op één na hoogste verliescijfers in de geschiedenis van de eenheid op. Het 15e Bataljon verloor twee officieren en honderdvijftien onderofficieren en manschappen die sneuvelden. Nog eens tien officieren en tweehonderdthertien andere rangen raakten gewond, één man werd door gas buiten gevecht gesteld en twee werden krijgsgevangen genomen.

 

error: Content is protected !!

Contact webmaster

Use this form only for one of the available subject selections. We NEVER respond to sales pitches so don’t waste your time.

Fields marked with an * are required.